De scharensliep: langs de deuren om messen te slijpen
Met een groot jaagwiel op zijn kar trok de scharensliep van deur tot deur. Hij sleep scharen en messen, en in de winter ook schaatsen. Over zijn gereedschap, zijn vaste route en het staal dat hem overbodig maakte.
De wereld is constant in ontwikkeling. Waar een nieuwe techniek opkomt, verdwijnt er iets anders, meestal zonder dat iemand het opmerkt. Zo zijn er talloze vergeten beroepen, soms zo grondig verdwenen dat het woord alleen nog als straatnaam bestaat. In deze serie over vergeten beroepen belichten we telkens een ander beroep dat ooit het straatbeeld bepaalde, maar dat inmiddels volledig uit het dagelijks leven is verdwenen.
Deze keer de scharensliep, die met een slijpsteen op zijn kar langs de deuren trok.
Wat is een scharensliep?
Een scharensliep was iemand die van deur tot deur ging om scharen en messen te slijpen. Daar verdiende hij zijn brood mee, maar hij nam aan wat er werd aangeboden. Koffiemolens, scheerapparaten, en in de winter schaatsen.1 2
Sommigen hadden er een handeltje bij in nieuwe scharen en scheermessen, en repareerden en passant een paraplu of een bril.2
Het vak gaat ver terug. Het ontstond vermoedelijk aan het begin van de zestiende eeuw, toen er vooral wapentuig te slijpen viel.3 Het huishouden kwam pas later.

Een scharensliep met handkar aan het werk op straat, 1931. Nationaal Archief
De scharensliep aan de deur
Het eerste dat opviel aan zijn kar was het grote wiel, het jaagwiel. Door op de trapper te trappen bracht hij dat vliegwiel in beweging, en dat liet de slijpsteen aan de rechterkant van de wagen draaien.1
Er zat meer aan vast. Het jaagwiel dreef ook een houten schijf aan met een leren riem eromheen, waarmee hij het geslepen voorwerp kon polijsten. Die riem hield hij bruikbaar door er eens per week met een kwastje een mengsel van gekookte lijm en amaril op te smeren.1 Naast de steen zat een kleine watertank met een kraantje, want de zandstenen slijpsteen moest nat blijven om zijn werk te doen.1
Hij kwam niet toevallig langs. Veel slijpers volgden jaarlijks dezelfde route, zodat hun klanten op regelmaat konden rekenen.2 Het was een rondtrekkend beroep, dat vaak werd uitgeoefend door woonwagenbewoners.2

Een scharenslijper bedient zijn kar met het grote aandrijfwiel. Amsterdam, 1930. Nationaal Archief

Een scharensliep met hoed en baard aan het werk op zijn kar, 1931. Nationaal Archief
Waarom de scharensliep verdween
Na de Tweede Wereldoorlog ging het hard. Scharen en messen werden steeds vaker van roestvrij staal gemaakt, en dat vraagt nauwelijks onderhoud.3 Wie zijn mes niet meer hoeft te laten slijpen, heeft ook de slijper niet meer nodig.
Ondertussen veranderde zijn eigen gereedschap ook. De zandstenen slijpsteen maakte plaats voor amarilsteen, grover van korrel en niet langer nat te houden. Daarmee verdween ook de manier van werken die erbij hoorde.1
Enkelen hielden het tot in de jaren tachtig vol, maar het beroep is inmiddels vrijwel volledig verdwenen.2 Wat hem overbodig maakte was geen nieuwe machine, maar een nieuw soort staal.

Even pauze op de kar, tussen het aandrijfwiel en de lantaarns. Amsterdam, 10 maart 1953. Nationaal Archief
Bronnen
¹ Beroepen van Toen – scharenslijper
² IsGeschiedenis – verdwenen beroep: de scharensliep
³ Amsterdam750 – nieuwe messen snijden scherp
⁴ Nationaal Archief – fotocollectie