De lantaarnopsteker: hij die de straten van licht voorzag
De lantaarnopsteker stak de straatlantaarns met de hand aan, maar niet elke avond. De maan besliste of er licht nodig was. Over het werk achter de lantaarn, het onderhoud dat de meeste tijd kostte, en de twee stappen waarin het beroep verdween.
De wereld is constant in ontwikkeling. Waar een nieuwe techniek opkomt, verdwijnt er iets anders, meestal zonder dat iemand het opmerkt. Zo zijn er talloze vergeten beroepen, soms zo grondig verdwenen dat het woord alleen nog als straatnaam bestaat. In deze serie over vergeten beroepen belichten we telkens een ander beroep dat ooit het straatbeeld bepaalde, maar dat inmiddels volledig uit het dagelijks leven is verdwenen.
Deze keer de lantaarnopsteker, die de straatlantaarns met de hand aanstak en weer doofde.
Wat is een lantaarnopsteker?
Een lantaarnopsteker was iemand die de straatlantaarns aanstak en doofde, in de tijd dat olie en gas de stad verlichtten. Eerst klom hij daarvoor op een ladder6, later kon hij bij de lamp met een lange stok met een vlammetje aan de punt.5
Het aansteken zelf was het kleinste deel van het werk. Verreweg de meeste tijd ging op aan onderhoud. Roet sloeg neer op het glas en een vuile lantaarn gaf nauwelijks nog licht, dus de ruitjes moesten voortdurend worden schoongemaakt.5 Daarvoor moest hij wel omhoog, ook toen het aansteken allang vanaf de grond kon.7
Een volledige baan was het zelden. Er viel te weinig aan te verdienen om van te leven, dus deed de nachtwacht het erbij op zijn ronde, of de barbier die overdag knipte.5

Een man pleegt staande op een ladder onderhoud aan een straatlantaarn in de Boschstraat te Maastricht, 24 maart 1933. Op de achtergrond een druk bezochte markt. Nationaal Archief
De ronde van de lantaarnopsteker vroeger
Hij ging niet elke avond op pad. Dat besliste de maan. Die was de belangrijkste lichtbron van de nacht, en pas als zij te weinig gaf, gingen de lantaarns aan. In [Rotterdam](https://archieflab.nl/collections/rotterdam) stond per avond met tabellen vast of er kunstlicht bij moest.1
Dat scheelde de stad geld, maar het maakte de straat onbetrouwbaar. Bewolking laat zich slechter voorspellen dan de stand van de maan, en op een bewolkte avond bleef het gewoon donker. Klachten waren er dan ook voortdurend.1

Een lantaarnopsteker vult zijn lantaarn bij in de Londense wijk Sidcup, waar in 1933 nog olielampen brandden. Nationaal Archief
Was er wel licht, dan viel het tegen. In 1841 begon [Amsterdam](https://archieflab.nl/collections/amsterdam) een proef waarbij 125 olielantaarns werden vervangen door 150 gaslantaarns. Over de branders op de Herengracht noteerde een ooggetuige dat ze "een genoegzaam licht om op 30 passen goed gedrukt schrift te kunnen lezen" gaven.2 Dat gold als vooruitgang. Zes jaar later gingen in de hele binnenstad 1673 olielichten eruit en 1700 gaslantaarns erin.2
Waarom de lantaarnopsteker verdween
Het beroep verdween in twee stappen. De eerste kwam met het gas. Zolang er olie werd gestookt, moest iemand langs elke lamp om bij te vullen. Rotterdam hield daar een hele ploeg vullers voor aan het werk, en die werd overbodig zodra de brandstof door een buis kwam. Aansteken bleef mensenwerk, vullen niet meer.1
De tweede stap kwam met de stroom. Op 4 september 1917 besloot de Amsterdamse gemeenteraad de openbare verlichting volledig te elektrificeren, een operatie van 240.000 gulden. Even werd de stad er donkerder van. Eind 1916 telde Amsterdam 11.160 lichtpunten, eind 1917 nog 6.762, en het duurde vijf jaar voor dat oude aantal weer werd gehaald.3
Buiten de grote steden brandde het gas nog jaren door. In Kampen kreeg de laatste opsteker op 1 januari 1938 eervol ontslag, na bijna dertig jaar dienst. Er werd geen opvolger benoemd.4
Ergens in de jaren vijftig legde de laatste Nederlandse opsteker zijn stok neer. Haarlem wordt daarbij vaak genoemd, al is het precieze moment nooit goed vastgelegd. Sindsdien hoeft niemand meer naar de maan te kijken om te weten of de lamp vanavond aan moet.
Bronnen
¹ Jan van den Noort, Licht op het GEB – straatverlichting in Rotterdam
² Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad – gaslantaarns in Amsterdam
³ Gemeente Amsterdam, Onderzoek en Statistiek – van gas naar gloeilamp
⁴ Stadsarchief Kampen – de laatste lantaarnopsteker van Kampen
⁵ Amsterdam750 – hoe werden de straten vroeger verlicht
⁶ Rijksmuseum – lantaarnopsteker, zilveren miniatuur
⁷ Nationaal Archief – onderhoud aan een straatlantaarn, Maastricht 1933
⁸ Nationaal Archief – lantaarnopsteker aan het werk, Sidcup 1933