George Hendrik Breitner staat vooral bekend als schilder, maar zijn blik ging verder dan het doek alleen. Vanaf het einde van de 19e eeuw gebruikte hij ook de camera om Amsterdam vast te leggen: straten in de regen, voorbijgangers in beweging, paarden en trams in een veranderende stad. Die foto’s waren geen doel op zich, maar een visueel geheugen. Ze dienden als directe inspiratiebron en geheugensteuntje voor zijn schilderijen, waarin hij licht, compositie en het vluchtige moment verder uitdiepte.